Kris Peeters (1964) is een bekende Belgische mobiliteitsdeskundige, socioloog en auteur van diverse mobiliteitsboeken, waaronder Het voorruitperspectief (2000), De file voorbij (2010) en Weg van mobiliteit (2014). Momenteel trekt hij door het Vlaamse land, met zijn voorstelling ‘Hoe loopt het verkeer(d)?’ In deze voorstelling geeft hij inkijk in enkele belangrijke mobiliteitsmythes en doorprikt ze één voor één.
 Antwerpen  

De 28 Kempense gemeenten hebben in de vervoerregio unaniem een negatief advies gegeven over de nieuwe besparingsplannen van De Lijn. Om 35,5 miljoen euro te besparen wil het vervoerbedrijf overal in Vlaanderen lijnen inkorten of schrappen. Visie sprak hierover met mobiliteitsexpert Kris Peeters.

Waarom neemt de Vlaamse Overheid deze beslissing, wat moet we hiervan denken?

Kris - ‘Deze beslissing is in strijd met haar eigen doelstellingen en zelfs met haar eigen decreet Basisbereikbaarheid van 2019. Dat De Lijn 35,5 miljoen euro moet besparen is op lange termijn contraproductief en ronduit absurd. Je hoort voortdurend dat er geen geld meer is. Vreemd, want op 22 april 2026 besliste de federale regering - in het kader van de huidige energiecrisis - om ruim 80 miljoen euro uit te trekken voor het woon-werkverkeer met auto’s voor mensen die niet kunnen rekenen op … het openbaar vervoer. Er is duidelijk nog wél geld! En dan heb je nog de Vlaamse regering. Die wil haar begroting tegen 2030 in evenwicht krijgen, maar ondertussen geeft ze wel massa’s geld uit aan verlieslatende luchthavens (zoals die van Deurne), aan de salariswagens én aan de Oosterweelverbinding, een miljardenproject waarvan vooral ‘Koning Auto’ beter wordt en waarvan de kosten de pan uit swingen.

'Er is een fundamenteel debat nodig. Moet openbaar vervoer enkel economisch renderen of heeft het ook een maatschappelijke rol, bijvoorbeeld als instrument tegen de vereenzaming?'
Kris Peeters

Wat zijn de belangrijkste redenen waarom het openbaar vervoer in de Kempen zo onder druk staat?

Kris- ‘Er is het fundamentele gegeven van de plattelandscontext. In een stad heb je de ideale combinatie voor openbaar vervoer: grote groepen mensen die over relatief korte afstanden naar veelal dezelfde bestemmingen willen. Op het platteland zijn de stromen per definitie dunner. Woningen en bestemmingen liggen er verspreid en de afstanden tussen de haltes zijn er groter. Dat heeft uiteraard gevolgen, zeker wanneer vervoerslijnen uitsluitend worden beoordeeld op basis van kostprijs en bezettingsgraad. Door enkel naar de cijfers te kijken en niet naar de maatschappelijke baten, wordt een regio zoals de Kempen sneller gezien als niet-prioritair, als een gebied waar we nog wel kunnen besparen of zelfs lijnen kunnen schrappen. Eigenlijk is er een fundamenteel debat nodig, over wat we van ons openbaar vervoer verwachten. Moet het enkel economisch renderen of heeft het ook een maatschappelijke rol, bijvoorbeeld als instrument tegen de vereenzaming? Gaat het alleen om woon-werkverkeer of ook over recreatieve verplaatsingen? Met het huidige neoliberale beleid worden er alleen financiële afwegingen gemaakt. Ik vrees bovendien dat er een verborgen agenda meespeelt onder de vorm van de bekende ‘starve the beast’-strategie: verwaarloos publieke diensten zodanig dat iedereen om privatisering begint te roepen. In een land als Groot-Brittannië is dat pad al bewandeld, met dramatische gevolgen: alleen de rendabele lijnen blijven over, zodat er vervoerswoestijnen ontstaan en mensen in mobiliteitsarmoede achterblijven.’

Hebben we een idee wat de impact gaat zijn van deze besparingen? Voor werknemers, scholieren, ouderen en mensen met een beperking…?

Kris- ‘Minister de Ridder stelt dat “maar” 0,2% van de reizigers getroffen worden. In absolute aantallen gaat het wel degelijk over veel reizigers. De reizigers die De Lijn eerder al kwijtspeelde, telt ze bovendien niet meer mee. De cijfers verbergen ook heel wat persoonlijke, vaak tragische verhalen. Heel wat mensen dreigen in een soort van ‘dorpsarrest’ te belanden: hun verplaatsingsmogelijkheden worden beperkt en het sociale weefsel raakt langzaam uitgehold. Hun wereld wordt letterlijk kleiner. Wie het kan, zal noodgedwongen weer meer voor de wagen kiezen, met extra verkeersdruk, emissies en onveiligheid als gevolg. En wat wel eens vergeten wordt: deze besparingen gaan ook wegen op de volksgezondheid. Wetenschappelijk onderzoek toont immers aan dat het aantal betekenisvolle sociale contacten de beste voorspeller is voor iemands levensverwachting. Mensen isoleren of hun mobiliteit afnemen, vertaalt zich in minder gezonde levensjaren.’

Maar hebben we aan elke kerktoren een bushalte nodig? Moeten we belbussen behouden waar letterlijk niemand opstapt?

Kris - ‘Opnieuw: we moeten ons eerst de fundamentele vraag stellen welk openbaar vervoer we als samenleving willen. Willen we dat elke inwoner in elke woonkern nog de kans krijgt om zich te verplaatsen? Vervoer op maat (belbussen, …) kan een rol opnemen, maar dan moet dit aanbod voldoende zijn en moet het systeem betrouwbaar functioneren. Laat ons het eerst hebben over het doel en dan pas over de middelen die daarvoor nodig zijn. Het huidige systeem van vervoersregio’s is zo complex en ondoorzichtig. De Lijn ligt regelmatig onder vuur van lokale schepenen en burgemeesters -want hun inwoners worden rechtstreeks getroffen- maar daarbij wordt al eens vergeten dat het vaak hun eigen partijen zijn die deze besparingen hebben goedgekeurd!’

Het Vlaams decreet Basisbereikbaarheid uit 2019 moest nochtans zorgen voor een efficiënter, duurzamer en flexibeler openbaar vervoer. Is dat niet gelukt?

Kris - ‘Het Vlaamse decreet Basisbereikbaarheid (2019) was bedoeld om het openbaar vervoer efficiënter, duurzamer en flexibeler te maken. Dat is duidelijk mislukt. Het decreet werd nooit volledig uitgerold, simpelweg omdat er onvoldoende financiële middelen tegenover stonden. Hierdoor werd het een boekhoudersdebat dat efficiëntie alleen maar financieel interpreteerde. Over andere mogelijke doelstellingen zoals een duurzame modal shift, een beperking van de CO2-uitstoot of het aanpakken van de vervoersarmoede wordt niet gerept. Dat is een kwalijke vereenvoudiging.’

 

Tekst Pieter Holsters

 

Niet enkel in de Kempen staat het openbaar vervoer onder druk. Getuige daarvan dit verhaal van overtuigd gebruiker Jan

'Te weinig capaciteit voor de vraag'

Na mijn heupoperatie moest ik dikwijls naar de kine in het ziekenhuis. Daarvoor probeerde ik een flexbus te bestellen. Hun leuze is nog altijd dat je tot 30 minuten voor je vertrek een flexbus kan boeken. Ik probeer dus om 10u ’s morgens een bus te bestellen om die dag om 12u in het ziekenhuis te kunnen zijn. Met de laptop lukt dit niet. Met mijn gsm ook niet. Toen ik belde en na minuten wachten iemand aan de lijn had, kreeg ik als antwoord dat ik veel vroeger moest bellen… Ik heb dan mijn buurman maar gevraagd om mij over en weer te voeren.

foto jan de rijck uit bornemVolgens mij is er veel te weinig capaciteit van voertuigen om aan de vraag te voldoen. Hoe meer buslijnen worden afgeschaft, hoe meer mensen er aangewezen zijn op het flexvervoer. Toen de Belbus in de proefperiode reed, waren er voor de hele regio Klein-Brabant drie belbussen voorzien. Nu is er nog één belbus voor een groter grondgebied, want ook een deel van Oost-Vlaanderen moet worden bediend. Resultaat is nu dat als je al ergens geraakt met zo’n belbus dat je nu op geen enkel manier de garantie hebt dat je ook terug geraakt.

Men schrapt buslijnen zonder de capaciteit van het flexvervoer op te trekken. Ik doe thuis mijn kookpannen toch ook niet weg, voor ik er nieuwe heb gekocht??

Jan De Rijck, Bornem

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!