Naima Charkaoui
© Michael De Lausnay

‘Het is altijd hetzelfde verhaal. Niet alleen Vincent Kompany of de spelers zijn slachtoffer. De kwetsuren van racisme gaan veel breder. Je raakt ook andere zwarte mensen, kinderen en jongeren. Zij vragen zich af: Wat zijn mijn kansen in deze samenleving als zelfs toptrainers en voetballers dit naar hun hoofd krijgen?’ Dit zegt Naima Charkaoui in een reactie op het racisme-incident tijdens de voetbalmatch Club Brugge – RSC Anderlecht.

 20 december 2021

BIO van Naima Charkaoui 

In 2014 nam Naima Charkaoui afscheid als directeur van het Minderhedenforum (dat de belangen verdedigt van etnisch-culturele minderheden in Vlaanderen, red.). ‘Ik heb er even genoeg van om voortdurend tegen de stroom in te roeien’, zei ze toen. Naar aanleiding van haar boek Racisme - Over wonden en veerkracht sprak ze met Visie over de nood voor meer aandacht en zorg voor de slachtoffers van racisme.

Op welke manier kwetst racisme iemand?

‘Als ik over racisme spreek, dan doe ik dat in brede zin. Het gaat dan niet alleen over de ergste uitwassen ervan, zoals uitgescholden of in elkaar geslagen worden. Maar ook over kleine kwetsingen, bijvoorbeeld uitspraken die niet slecht bedoeld zijn, maar waarbij jij je ongemakkelijk voelt. Neem nu dat iemand tegen je zegt dat je goed Nederlands spreekt, terwijl je in Vlaanderen bent opgegroeid. Onderzoekers stellen vast dat al die vormen van racisme stress veroorzaken. En we weten allemaal dat stress op lange termijn je gezondheid schaadt.’

Kinderen zijn natuurlijk extra kwetsbaar.

‘Dat is zo. In je kindertijd en tijdens je adolescentie ontwikkel je je zelfbeeld. Wie ben ik? Wat kan ik in deze samenleving betekenen? Als je dan heel vaak met negatieve beelden over je groep wordt geconfronteerd, dan heeft dat een diepe impact. Daarom is het belangrijk dat je van jongs af aan met kinderen praat over racisme: dat het soms in kleine dingen zit, dat het pijn kan doen en hoe je best reageert. Tegelijk moet je hen helpen om veerkrachtiger te worden, door een positieve identiteit te ontwikkelen. Bijvoorbeeld een kind met Afrikaanse roots hoort enkel dat Afrika arm is. Als je het kind dan leert over de rijke geschiedenis en cultuur van zijn land van herkomst, dan staat het veel sterker tegenover zo’n cliché. Ouders schenken vaak aandacht aan die positieve identiteit, maar buitenshuis wordt dat veelal niet gedaan. De idee daarachter: laat je cultuur maar thuis, hier zijn we allemaal dezelfde.

Is het dan wel een goed idee om die culturele verschillen te benoemen?

‘Ja. Ook al denken we het soms, kinderen zijn niet kleurenblind. Dus moet je van kinderen niet verwachten dat zij hun etniciteit, culturele bagage en godsdienst achterlaten aan de schoolpoort. Doe je dat wel, dan voelen zij zich slecht in hun vel, want dan verliezen zij een stuk van zichzelf. Het is dus net goed om op een open manier dingen te delen, verschillen te benoemen, zonder te vervallen in clichés. De school is daarvoor de aangewezen plaats, want daar komen alle kinderen. Maar ook in de jeugdhulp of bij sociaal werkers mag er meer kennis zijn over positieve identiteit.’

'Racisme sluipt soms onverwacht mijn karakter binnen. Zo liet ik bewust vallen dat ik een diploma heb om een mogelijk vooroordeel voor te zijn.'
Naima Charkaoui

Je bent de dochter van een Vlaamse moeder en een Marokkaanse vader. Heb jij kleine kwetsuren opgelopen door racisme?

‘Ik heb zeker niet zo veel meegemaakt in vergelijking met anderen. En toch heeft het sporen nagelaten. Dat merkte ik pas door moeder te worden. Op de school van mijn kinderen praatte ik veel, zodat de directeur zou merken dat ik goed Nederlands spreek, en ik liet bewust vallen dat ik een diploma heb. Zo probeerde ik een mogelijk vooroordeel voor te zijn.’

‘Ik heb enerzijds de neiging om verschillen te verstoppen, om niet te veel op te vallen. Anderzijds probeer ik mij te bewijzen, denk ik dat ik beter moet zijn dan een ander, zo niet krijg ik geen kansen. Als zulke kleine dingen al binnensluipen in mijn karakter, wat wil dat dan zeggen voor mensen die veel te lijden hebben gehad onder racisme?’

In je boek Racisme - Over wonden en veerkracht schrijf je dat in onze samenleving racisme geminimaliseerd wordt, soms zelfs ontkend. Hoe ervaar je dat?

‘Aan de ene kant erkennen weinig mensen dat racisme ook in kleine dingen zit, zoals een compliment krijgen dat je de taal spreekt. Aan de andere kant merk ik heel vaak dat zodra je het woord racisme in de mond neemt, mensen zeggen dat je overdrijft. Of krijg je de reactie dat we het beter zouden hebben over zogenaamd omgekeerd racisme, of radicalisering. Zolang minderheden ook slechte dingen doen, mag je blijkbaar niet spreken over slachtoffers van racisme. Zwijg maar, want je bent zelf ook niet zuiver op de graat. Maar ik zie racisme als een maatschappelijk probleem, waar we samen iets aan moeten doen. Ook omstaanders van een racistisch incident kunnen zich trouwens machteloos voelen en plaatsvervangend vernederd.’

Is het bijna onvermijdelijk om in stereotypes of vooroordelen te denken?

‘Vaak wordt gezegd dat ons brein zo in elkaar steekt. Plus we groeien ook op in een samenleving met veel negatieve beeldvorming. Daar zijn we niet immuun voor. Maar dat is geen reden om ons erbij neer te leggen. Je kunt een racistische gedachte bij jezelf opmerken en besluiten dat je je gedrag er niet door wil laten bepalen. Ook als je van jezelf vindt dat je geen racist bent, moet je toch openstaan voor kritiek. Allemaal kunnen we er in groeien om minder in hokjes te denken.’

'Steek energie in een betere toegang tot de arbeidsmarkt en woningen voor mensen met een andere achtergrond.'
Naima Charkaoui

Komt het ooit nog goed? Geloof je dat racisme op te lossen is?

‘Ik blijf altijd hoopvol. Tegelijk ben ik ook niet blind voor de problemen die er zijn. Ik denk dat veel mensen niet racistisch willen denken, maar wel met ongemakkelijke gevoelens zitten. Als je hen kaders kunt aanreiken en hun vragen kunt vertalen, kunnen we verder geraken. Zonder de dingen te verbloemen. Als Belgen zich ergeren aan het rijgedrag van Turken, dan is het terecht om te zeggen dat je niet te hard mag rijden. Maar niet elke Turk rijdt te hard. Net zoals niet alle Vlamingen zatlappen zijn. Soms klopt een cliché ergens wel, maar je moet je er bewust van zijn dat clichés nooit voor iedereen opgaan. Bij mensen die tot onze eigen groep behoren, weten we dat spontaan. Maar bij andere groepen vergeten we dat precies.’

‘Ik denk ook, diversiteit, of we het nu willen of niet, we gaan het ermee moeten doen. Get over it. Hoe kunnen we er het beste van maken. Steek energie in een betere toegang tot de arbeidsmarkt en woningen. Focus op wat mensen kunnen en laat vooroordelen achterwege. Onze arbeidsmarkt heeft iedereen nodig. Vandaag bevindt de samenleving zich in een spagaat, met mensen die zich verzetten tegen diversiteit en mensen die ermee aan de slag willen. Maar uiteindelijk moeten we vooruit en dan is het beter om nu even de confrontatie aan te gaan.’


Dit artikel verscheen in 2019 in Visie en werd vandaag aangevuld met een reactie op het incident tijdens de voetbalmatch Club Brugge – RSC Anderlecht.

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!